‘De verandering vindt al plaats’
Volgens Herman Wijffels organiseren mensen zich steeds meer in kleine verbanden. De oude, piramidale hiërarchie is niet goed genoeg voor de 21e eeuw. Een interview.
Herman Wijffels is, naast heel veel andere dingen, hoogleraar Duurzaamheid en Sociale Verandering aan de Universiteit van Utrecht. De oud-Rabotopman vult dit breed in: ‘Ik kijk zowel naar ecologische als naar sociale duurzaamheid. Dus het gaat wat mij betreft zowel over de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen en het klimaat als over het niet benutten van de potentie van mensen in organisaties. En om die duurzaamheid te kunnen realiseren, zullen we onszelf op een volstrekt andere manier moeten organiseren. We zijn nu nog georganiseerd op basis van industriële principes: specialisatie, piramidale hiërarchie, directief. En dat zijn allemaal principes waar we niet verder mee kunnen, die niet goed genoeg zijn voor de eenentwintigste eeuw. Dus als je ecologische duurzaamheid wilt bereiken, zul je moeten omschakelen van een lineaire productiewijze naar een circulair georganiseerde economie. En als je mensen zinvol werk wilt geven, mensen die veel beter zijn opgeleid dan honderd jaar geleden en die werk in toenemende mate ook als zingeving zien, dan zul je naar andere organisatiestructuren toe moeten.’
Politiek
Volgens Wijffels ziet de noodzakelijke verandering ook al plaatsvinden: ‘Je ziet mensen zich organiseren in kleinere verbanden die hún verbanden zijn en niet een of ander industrieel construct. En dat zal naar mijn idee ook zijn weg vinden naar maatschappelijke instituties, zoals ons op representatie gebaseerde politieke stelsel. Want ook dat is een industrieel construct: bovenin in de piramide worden de beslissingen genomen die voor iedereen gelden. Maar in de pluriformiteit van nu en in het bewustzijn van individualiteit van nu kan dat niet meer.’
Een voorbeeld van zo’n maatschappelijk instituut is de FNV. Wijffels heeft samen met Han Noten een eerste aanzet gegeven tot de vernieuwing van deze vakbond. Hoe is hij daarbij tewerk gegaan? ‘We hebben eerst heel erg zorgvuldig geluisterd naar de verhalen van de voorzitters van de verschillende bonden. We hebben heel veel gesprekken gevoerd en echt heel veel tijd geïnvesteerd in luisteren naar die mensen. En daar hebben we, na een zorgvuldige analyse van wat we gehoord hadden, al vrij snel de conclusie uit getrokken dat het niet louter een conflict was naar aanleiding van het pensioendossier, maar dat de problematiek binnen de FNV veel dieper zat. Die zat op het punt van de wijze waarop de FNV georganiseerd is, naar de mening van velen te veel topdown. Een oude, klassieke structuur en dus te ver van de mensen af. En het tweede dat we hebben gezien, is dat er binnen de FNV ook best heel wat bonden zijn die goed gedijen en waar het goed loopt.’
Zoals?
‘Bijvoorbeeld bij de onderwijzers, en de politie. En wat zijn nou de kenmerken van die bonden? Ze zijn herkenbaar voor dat beroep, ze functioneren eigenlijk meer als beroepsorganisatie dan als vakbond. Ze vervullen ook wel vakbondstaken, maar het beroep speelt er een hele centrale rol. En als je een vakbond wilt maken die spoort met wat mensen in deze tijd aanspreekt, dan moet je daar dus wat mee doen.’
De vakbond organiseren naar vak in plaats van naar grote sectoren?
‘Precies. De volgende vraag is dan: hoe kom je daar? De klassieke methode zou zijn om te gaan reorganiseren. Daar hebben we natuurlijk naar gekeken, maar het zou gaan om een forse reorganisatie. Als je daaraan begint, leg je de vakbond voor een paar jaar lam. En intussen speelt er van alles, is er een crisis. Dus hebben we de conclusie getrokken: we kunnen veel beter naast het bestaande iets nieuws neerzetten, en we varen dan het oude, al dan niet in gewijzigde vorm, in het nieuwe.’
Een soort sterfhuisconstructie?
‘Ja. Toen ik in Amerika was, heb ik een keer een begrafenisplechtigheid meegemaakt van een onderneming die zichzelf ten grave droeg. Dat was dan op vrijdag, en op maandag begon de nieuwe organisatie. Dat is natuurlijk een heel mooie, symbolische manier om nieuwe energie te creëren. Dus dat is de route waarlangs we dit hebben gedaan, en nu is het de vraag of het ook gematerialiseerd kan worden. Die moet nog wel beantwoord worden, het is nog geen gelopen koers. Alleen, wat wij wel gemerkt hebben, is dat deze aanpak enorm veel nieuwe energie losmaakt. Ook buiten de vakbeweging wordt er met veel belangstelling naar gekeken.’
Lees het hele interview met Herman Wijffels in het komende nummer van Management en Consulting. Meer informatie: naar de site van Management en Consulting.


Power to the people.
Herman Wijffels slaat met zijn opmerking dat ‘we onszelf op een volstrekt andere manier moeten organiseren om duurzaamheid te kunnen realiseren’, de spijker op de kop. Hoe ongerijmd het ook klinkt, maar wat de verwerkelijking van die broodnodige reorganisatie betreft moest ik onwillekeurig denken aan het gedachtegoed dat Job Cohen zijn verweesde partij heeft nagelaten. Daarin staat niet alleen het breed gedragen ideaal van een menswaardige samenleving nog recht overeind, maar bovendien heeft Cohen er terecht op gewezen dat de totstandkoming daarvan leiderschap vereist dat bindt in plaats van scheidt.
Om de crisis die de samenleving in vele gedaanten teistert het hoofd te bieden zullen we daar immers met elkaar, los van levensbeschouwelijke gezindte en/of politieke gezindheid, de schouders onder moeten zetten! En daar wringt de schoen. Want voor de realisatie daarvan hebben we primair geen partijleiders nodig die elkaar met veel verbaal geweld de tent uit vechten, maar een overstijgend leidend beginsel dat bindt. Daarvoor leent zich bij uitstek het beginsel van ‘power to the people’. De democratische oerkracht, die religieus noch ideologisch gekleurd is. De moeilijkheid is alleen dat de effectieve aanwending daarvan via ons verdeeldheid zaaiende partijpolitieke bestel nooit van de grond zal kunnen(!) komen.
Voor het doorbreken van deze impasse zou de PvdA niet naarstig op zoek moeten gaan naar een nieuwe leider, maar naar een nieuw en duurzaam leidend beginsel. Daarbij denk ik aan een beleidsbasis die niet draait om partijpolitieke macht maar om wederzijds respect. ‘Dé’ voorwaarde om de problemen waar wij gezamenlijk voor staan adequaat aan te pakken en zodoende de beoogde menswaardige samenleving, waaraan een ieder op zijn unieke wijze zijn steentje bijdraagt dus niemand wordt buitengesloten, in het vizier te krijgen.
Enkel zal daarvoor ons partijpolitiek bestel, waarin respect het aflegt tegen macht, breed maatschappelijk ter discussie gesteld moet worden. De vraag is alleen of de top van de PvdA de morele moed bezit om het initiatief te nemen voor die sterfhuisconstructie, waar een brede maatschappelijke besteldiscussie in feite op neerkomt. Daarmee wordt immers het eigen bestaan op losse schroeven gezet, met alle consequenties van dien. Niet alleen wat betreft het aanzien van de gezichtsbepalende partijbobo’s, maar ook wat betreft de niet onaanzienlijke materiële zekerheden die aan hun functie kleven.